Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Meer informatie.

In de woonwijken wonen veel van onze inwoners. Veel inwoners hechten aan hun directe woonomgeving. Daarom vinden we het belangrijk dat de woonwijken er netjes uitzien, dat het straatbeeld en de bebouwing op orde zijn.

Waardering

In de woonwijken verandert relatief weinig. De meeste veranderingen zijn kleinere aanpassingen aan een woning of op het erf.

In de woonwijken zetten we in op het vasthouden van het bestaande beeld. Dat betekent dat we ons in sommige buurten en straten richten op behoud van de samenhang tussen de bebouwing. In andere straten kijken we vooral hoe ontwikkelingen kunnen passen binnen de variatie in de straat. In alle gevallen willen we voorkomen dat sterk afwijkend kleur- of materiaalgebruik of te afwijkende vormgeving een afbreuk doen aan het straatbeeld.

Categorie

Kenmerken van de woonwijken
Vanaf de jaren ’50 groeit een deel van de dorpen in Noordenveld flink. In Roden, Norg en Peize worden verschillende woonwijken gebouwd en nog steeds komen daar nieuwe woonbuurten bij. In Een, Roderwolde en Veenhuizen blijft de groei beperkt tot een enkele woonbuurt.
De oudste woonwijken liggen over het algemeen het dichtst bij het dorpscentrum, de nieuwste wijken juist aan de rand van het dorp. In de afgelopen jaren zijn door herstructurering van de bestaande bebouwing ook woonbuurten ontstaan op plekken dicht bij het dorp. Bijvoorbeeld in Roden op de plek van de voormalige bibliotheek (rond de Secretaris Buitenveldlaan en Koerskamp) en in Peize bij de Floralialaan.

Voor de bouw van de woonbuurten wordt een plan gemaakt. Het zijn zogenoemde planmatige woonwijken. Dat is anders dan eerder: toen groeiden de dorpen nog stap voor stap en per woning.

Bij het ontwerp van de woonbuurten wordt al van tevoren nagedacht over de plek van groen en speelvoorzieningen en over de ligging en vormgeving van woningen. Daarom heeft de bebouwing in de woonwijken vaak overeenkomsten per straat of per buurt.
In veel buurten is aan de bebouwing goed te zien in welke periode de buurt is gebouwd.


Woonbuurten uit de jaren '60
Kenmerkend voor de eerste woonbuurten uit de jaren ’60 zijn de vaak rechte straten en plantsoenen en hoeken met groenvakken. Er staan vaak geen bomen langs de straten, maar grotere groengebieden geven de woonbuurten toch een groene uitstraling.

In de buurten staat een mix van rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en enkele vrijstaande woningen. Kenmerkend zijn de zogenaamde doorzonwoningen met gevelvullende puien aan de voor- en achterzijde.
Eigenlijk alle woningen bestaan uit twee bouwlagen met een kap. De woningen zijn ambachtelijk traditioneel gebouwd. Schoorstenen, erkers en balkons zijn opvallende accenten. De woningen hebben vaak een lichtgele steen, weinig details en een dak met een klein dakoverstek.
Hoewel er kleine verschillen zijn, heeft de hele buurt een vergelijkbare uitstraling.

Woonbuurten uit de jaren '70
In de jaren ’70 wordt dit beeld van de jaren daarvoor doorgezet, al worden de woningen wat groter.

Er is een variatie aan vooral rijwoningen en dubbele woningen. De bebouwing bestaat uit twee bouwlagen met een kap. Kenmerkend is de traditionele gevelindeling. De details zijn eenvoudig. De woningen zijn vaak van lichtbruine baksteen met grijze dakpannen.

Op sommige plekken worden ook (semi-)bungalows gebouwd, zoals in Peize aan de Joest Lewelaan, in Roden rond de Molenweg en Raiffeisenlaan en in Norg in de omgeving van de Eerste en Tweede laan. Deze buurten hebben een heel groene uitstraling door de ruime tuinen rond de woningen en door de woningen die geen kap hebben of een lage, flauwe kap. Accenten bestaan uit dakkapellen, schoorstenen en soms een brede gootlijst. De meeste woningen hebben een lichtgele tot bruine steen, kozijnen zijn vaak wit.

Woonbuurten uit de jaren ’80 en ‘90
In de jaren ’80 wordt het bebouwingsbeeld en het straatbeeld diverser, wat in de jaren ’90 wordt doorgezet. Per straat zijn er overeenkomsten in de woningen, maar in de buurt verschillen de straten van elkaar. Ook het beloop van de straten verandert, met steeds vaker slingerende straten of sterk gebogen straten. Langs veel straten staan bomen en zeker vanaf de jaren ’90 hebben de buurten een groot aaneengesloten groengebied. Hier is vaak ruimte om te spelen. Voet- en fietspaden lopen door het groengebied en zijn een korte verbinding tussen de verschillende straten.

De bebouwing is voor een deel nog steeds traditioneel met een bruingetinte baksteen en donkere dakpannen. Maar in de buurten komen steeds meer woningen met lichte (witte) baksteen en minder traditionele materialen. De woningen verschillen van vorm en bestaan uit één of twee bouwlagen en een kap. De kapvorm verschilt van een zadeldak tot een schilddak en lessenaarsdak.

De nieuwste woonbuurten
Waar in de jaren ’80 en ’90 de opzet van de woonwijken wat krapper is, met smallere straten, is dat in de afgelopen jaren juist weer veranderd in bredere straatprofielen met ruimte voor laanbeplanting. Deze woonbuurten hebben over het algemeen een aaneengesloten groene hoofdstructuur in en door de wijken en beplanting in de straten. In veel straten staan bomen en op hoeken liggen groenvakken.

In de nieuwste woonbuurten, zoals Vijfde Verloting en Roderveld IV in Roden, Lange Streeken II in Peize en Oosterveld in Norg, hebben eerst lichte en later juist de meer donkere tinten in de bebouwing de overhand. Woningen hebben (donker)grijze, donkerrode tot bruine steen en vaak ook hout in de gevels. Ook moderne materialen als zink worden gebruikt. De bouwstijl wisselt van modern tot meer traditioneel. De details bestaan uit dakoverstekken, schoorstenen en dakkapellen.

Wethouder Deodatusplantsoen, Roden

Over het gebied

Omgeving

  • Erven passen in het verkavelingspatroon;
  • Erven hebben een heldere opbouw, met het hoofdgebouw (de woning, het bedrijf) aan de voorzijde van het erf en een achtererf met schuren en bijgebouwen;
  • Erven hebben een groene uitstraling met een streekeigen beplanting op en rond het erf. Rond het voorerf is een passende (groene) overgang tussen privé en openbaar gebied;
  • Het hoofdgebouw (de woning, het bedrijf) staat met de voorgevel aan de weg en in een eenduidige rooilijn van de straat of het hofje.

Bebouwing

  • Het hoofdgebouw (de woning, het bedrijf) bepaalt het beeld van het erf en van de straat. Daarom zijn bijgebouwen, schuren en aan- en uitbouwen in maat, schaal, plek en uitwerking ondergeschikt aan het hoofdgebouw;
  • De hoofdvorm van het gebouw past bij wat in de straat gebruikelijk is en bestaat uit één of twee bouwlagen al dan niet met een kap;
  • In de straat en soms zelfs in de buurt is een duidelijke architectonische samenhang in de bebouwing zichtbaar;
  • Als een plek bijzonder is, bijvoorbeeld op de hoek van twee straten, wordt de hoofdvorm daar op afgestemd;
  • Gebouwonderdelen als schoorstenen, dakkapellen, erkers, mee gemetselde bloembakken etc. dragen bij aan een sprekende uitstraling van het hoofdgebouw;
  • De representatieve gevel is naar de straat gericht.

Uitwerking

  • De rustige kleuren van het gebouw ondersteunen het bebouwingsbeeld van de straat;
  • Het gebruik van materialen wordt zorgvuldig op elkaar afgestemd en op wat past in het straatbeeld.

Lees hieronder meer over het gebied en over de achtergrond van de gebiedsprincipes.

 

Gebiedsprincipes woonwijken

Voor de woonwijken kiezen we categorie 2. In het gebied hebben we aandacht voor de uitstraling van het gebouw zelf en de inpassing van het gebouw in de omgeving. Bouwplannen moeten passen bij de kwaliteiten van het gebied.

Gebied 8 – Woonwijken (categorie 2)

Binnenhof, Roden

Dubbellooflaan, Peize

Dalkruidlaan, Peize

Wilt u nog meer informatie over Noordenveld en de dorpen, lees dan verder in de Kwaliteitsgids Noordenveld.

Waardering

In de woonwijken wonen veel van onze inwoners. Veel inwoners hechten aan hun directe woonomgeving. Daarom vinden we het belangrijk dat de woonwijken er netjes uitzien, dat het straatbeeld en de bebouwing op orde zijn.

In de woonwijken verandert relatief weinig. De meeste veranderingen zijn kleinere aanpassingen aan een woning of op het erf.

In de woonwijken zetten we in op het vasthouden van het bestaande beeld. Dat betekent dat we ons in sommige buurten en straten richten op behoud van de samenhang tussen de bebouwing. In andere straten kijken we vooral hoe ontwikkelingen kunnen passen binnen de variatie in de straat. In alle gevallen willen we voorkomen dat sterk afwijkend kleur- of materiaalgebruik of te afwijkende vormgeving een afbreuk doen aan het straatbeeld.

Categorie

Voor de woonwijken kiezen we categorie 2. In het gebied hebben we aandacht voor de uitstraling van het gebouw zelf en de inpassing van het gebouw in de omgeving. Bouwplannen moeten passen bij de kwaliteiten van het gebied.

Gebiedsprincipes woonwijken

Omgeving

  • Erven passen in het verkavelingspatroon;
  • Erven hebben een heldere opbouw, met het hoofdgebouw (de woning, het bedrijf) aan de voorzijde van het erf en een achtererf met schuren en bijgebouwen;
  • Erven hebben een groene uitstraling met een streekeigen beplanting op en rond het erf. Rond het voorerf is een passende (groene) overgang tussen privé en openbaar gebied;
  • Het hoofdgebouw (de woning, het bedrijf) staat met de voorgevel aan de weg en in een eenduidige rooilijn van de straat of het hofje.

Bebouwing

  • Het hoofdgebouw (de woning, het bedrijf) bepaalt het beeld van het erf en van de straat. Daarom zijn bijgebouwen, schuren en aan- en uitbouwen in maat, schaal, plek en uitwerking ondergeschikt aan het hoofdgebouw;
  • De hoofdvorm van het gebouw past bij wat in de straat gebruikelijk is en bestaat uit één of twee bouwlagen al dan niet met een kap;
  • In de straat en soms zelfs in de buurt is een duidelijke architectonische samenhang in de bebouwing zichtbaar;
  • Als een plek bijzonder is, bijvoorbeeld op de hoek van twee straten, wordt de hoofdvorm daar op afgestemd;
  • Gebouwonderdelen als schoorstenen, dakkapellen, erkers, mee gemetselde bloembakken etc. dragen bij aan een sprekende uitstraling van het hoofdgebouw;
  • De representatieve gevel is naar de straat gericht.

Uitwerking

  • De rustige kleuren van het gebouw ondersteunen het bebouwingsbeeld van de straat;
  • Het gebruik van materialen wordt zorgvuldig op elkaar afgestemd en op wat past in het straatbeeld.

Lees hieronder meer over het gebied en over de achtergrond van de gebiedsprincipes.

 

Gebied 8 – Woonwijken (categorie 2)

Over het gebied

Kenmerken van de woonwijken
Vanaf de jaren ’50 groeit een deel van de dorpen in Noordenveld flink. In Roden, Norg en Peize worden verschillende woonwijken gebouwd en nog steeds komen daar nieuwe woonbuurten bij. In Een, Roderwolde en Veenhuizen blijft de groei beperkt tot een enkele woonbuurt.
De oudste woonwijken liggen over het algemeen het dichtst bij het dorpscentrum, de nieuwste wijken juist aan de rand van het dorp. In de afgelopen jaren zijn door herstructurering van de bestaande bebouwing ook woonbuurten ontstaan op plekken dicht bij het dorp. Bijvoorbeeld in Roden op de plek van de voormalige bibliotheek (rond de Secretaris Buitenveldlaan en Koerskamp) en in Peize bij de Floralialaan.

Voor de bouw van de woonbuurten wordt een plan gemaakt. Het zijn zogenoemde planmatige woonwijken. Dat is anders dan eerder: toen groeiden de dorpen nog stap voor stap en per woning.

Bij het ontwerp van de woonbuurten wordt al van tevoren nagedacht over de plek van groen en speelvoorzieningen en over de ligging en vormgeving van woningen. Daarom heeft de bebouwing in de woonwijken vaak overeenkomsten per straat of per buurt.
In veel buurten is aan de bebouwing goed te zien in welke periode de buurt is gebouwd.


Woonbuurten uit de jaren '60
Kenmerkend voor de eerste woonbuurten uit de jaren ’60 zijn de vaak rechte straten en plantsoenen en hoeken met groenvakken. Er staan vaak geen bomen langs de straten, maar grotere groengebieden geven de woonbuurten toch een groene uitstraling.

In de buurten staat een mix van rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en enkele vrijstaande woningen. Kenmerkend zijn de zogenaamde doorzonwoningen met gevelvullende puien aan de voor- en achterzijde.
Eigenlijk alle woningen bestaan uit twee bouwlagen met een kap. De woningen zijn ambachtelijk traditioneel gebouwd. Schoorstenen, erkers en balkons zijn opvallende accenten. De woningen hebben vaak een lichtgele steen, weinig details en een dak met een klein dakoverstek.
Hoewel er kleine verschillen zijn, heeft de hele buurt een vergelijkbare uitstraling.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Wethouder Deodatusplantsoen, Roden

Woonbuurten uit de jaren '70
In de jaren ’70 wordt dit beeld van de jaren daarvoor doorgezet, al worden de woningen wat groter.

Er is een variatie aan vooral rijwoningen en dubbele woningen. De bebouwing bestaat uit twee bouwlagen met een kap. Kenmerkend is de traditionele gevelindeling. De details zijn eenvoudig. De woningen zijn vaak van lichtbruine baksteen met grijze dakpannen.

Op sommige plekken worden ook (semi-)bungalows gebouwd, zoals in Peize aan de Joest Lewelaan, in Roden rond de Molenweg en Raiffeisenlaan en in Norg in de omgeving van de Eerste en Tweede laan. Deze buurten hebben een heel groene uitstraling door de ruime tuinen rond de woningen en door de woningen die geen kap hebben of een lage, flauwe kap. Accenten bestaan uit dakkapellen, schoorstenen en soms een brede gootlijst. De meeste woningen hebben een lichtgele tot bruine steen, kozijnen zijn vaak wit.

Binnenhof, Roden

Woonbuurten uit de jaren ’80 en ‘90
In de jaren ’80 wordt het bebouwingsbeeld en het straatbeeld diverser, wat in de jaren ’90 wordt doorgezet. Per straat zijn er overeenkomsten in de woningen, maar in de buurt verschillen de straten van elkaar. Ook het beloop van de straten verandert, met steeds vaker slingerende straten of sterk gebogen straten. Langs veel straten staan bomen en zeker vanaf de jaren ’90 hebben de buurten een groot aaneengesloten groengebied. Hier is vaak ruimte om te spelen. Voet- en fietspaden lopen door het groengebied en zijn een korte verbinding tussen de verschillende straten.

De bebouwing is voor een deel nog steeds traditioneel met een bruingetinte baksteen en donkere dakpannen. Maar in de buurten komen steeds meer woningen met lichte (witte) baksteen en minder traditionele materialen. De woningen verschillen van vorm en bestaan uit één of twee bouwlagen en een kap. De kapvorm verschilt van een zadeldak tot een schilddak en lessenaarsdak.

Dubbellooflaan, Peize

De nieuwste woonbuurten
Waar in de jaren ’80 en ’90 de opzet van de woonwijken wat krapper is, met smallere straten, is dat in de afgelopen jaren juist weer veranderd in bredere straatprofielen met ruimte voor laanbeplanting. Deze woonbuurten hebben over het algemeen een aaneengesloten groene hoofdstructuur in en door de wijken en beplanting in de straten. In veel straten staan bomen en op hoeken liggen groenvakken.

In de nieuwste woonbuurten, zoals Vijfde Verloting en Roderveld IV in Roden, Lange Streeken II in Peize en Oosterveld in Norg, hebben eerst lichte en later juist de meer donkere tinten in de bebouwing de overhand. Woningen hebben (donker)grijze, donkerrode tot bruine steen en vaak ook hout in de gevels. Ook moderne materialen als zink worden gebruikt. De bouwstijl wisselt van modern tot meer traditioneel. De details bestaan uit dakoverstekken, schoorstenen en dakkapellen.

Dalkruidlaan, Peize

Wilt u nog meer informatie over Noordenveld en de dorpen, lees dan verder in de Kwaliteitsgids Noordenveld.