Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Meer informatie.

De kleine esdorpen laten heel goed de historie en de ontwikkeling van onze gemeente zien. Doordat ze weinig zijn gegroeid is de oorspronkelijke opzet van de dorpen heel goed zichtbaar. Ook de samenhang van het dorp met de omgeving is nog duidelijk herkenbaar. Zuidvelde en Westervelde zijn bovendien aangewezen als beschermd dorpsgezicht. In de kleine esdorpen vinden we veel monumenten en karakteristieke panden.

Waardering

De kleine esdorpen zijn nauwelijks aan veranderingen onderhevig (geweest). Boerderijen veranderen soms in een woning, maar vaak met behoud van het bestaande gebouw. Incidenteel komt er een nieuwe woning of schuur bij.

Onze kleine esdorpen zijn uniek. Dat willen we graag zo houden. We willen dat bouwplannen bijdragen aan de kenmerken van het esdorp. Dat vraagt aandacht voor een goede plek van gebouwen op het erf, een passende vormgeving en bijpassende kleuren en materialen. De bebouwing en het groen in de dorpen vormen een samenspel en blijven samen zorgen voor het karakteristieke beeld van de esdorpen.

In de beschermde dorpsgezichten van Zuidvelde en Westervelde vragen we extra ontwerpkwaliteit voor de inpassing en vormgeving van gebouwen. De gebouwen en de erven moeten bijdragen aan het beeld van het beschermde gezicht.

Categorie

Kenmerken van het esdorp
De esdorpen zijn de oudste dorpen van de gemeente. Bijzonder is dat de kleine esdorpen nauwelijks zijn gegroeid in de loop van de jaren. Hierdoor is de oorspronkelijke opzet van de dorpen nog heel goed herkenbaar. Deze opzet wordt bepaald door de essen rond het dorp en de brink in het dorp. De bebouwing staat aan de rand van deze essen en rond de brink. De brink is soms heel klein, zoals in Lieveren en Steenbergen, maar vaak heel goed herkenbaar, zoals in Zuidvelde, Westervelde, Peest en Langelo.

Opvallend is dat de boerderijen vaak vrij in de ruimte staan en niet direct aan de weg. Door de compacte opzet van het erf heeft de bebouwing toch een duidelijke relatie met de weg.

De oriëntatie van de bebouwing verschilt per erf en ook de afstand tot de weg varieert. Op het achtererf zijn de schuren en bijgebouwen te vinden. Naast de boerderij staat soms een stookhokje.

In de loop van de jaren zijn de dorpen gegroeid met wat woningen binnen de bestaande opzet van het dorp. In tegenstelling tot de boerderijen, staan de woningen vaak met de voorkant naar de weg.

De openbare ruimte in dit gebied is van oudsher losjes ingericht met vaak licht slingerende klinkerwegen. Rond de dorpen zijn nog verschillende zandpaden. Het gebied heeft een lange historie. Dat is te zien aan de vele volwassen bomen langs de wegen, op de brinken en op de erven. De erven zijn vaak groen, met gras, hagen en grote, verspreid staande bomen op het erf. Soms is er een boomgaard met fruit- en notenbomen. Ook zijn er veel ruime tuinen. De dorpen hebben dan ook een groene uitstraling. Op verschillende plekken is er vanuit het dorp ook zicht op het omliggende landelijke gebied.


Kenmerken van de bebouwing
De boerderijen zijn het meest bepalend voor het dorpse beeld. Het zijn typische Drentse boerderijen van het hallehuistype. Bij deze boerderijen zitten de woning en de stal onder één dak. Dat levert één lange hoofdvorm op, waarbij de nok doorloopt van voor tot achter. Heel kenmerkend is het rieten dak, de ramen met een roedeverdeling en de licht tot donkerbruine baksteen.

Het dak van de boerderijen loopt ver door naar beneden. De enige onderbreking in het dak vormen de schuurdeuren (baanderdeuren). Meestal liggen deze deuren in een zijgevel van de boerderij. De schuur heeft een lage gootlijn en in de muren is vaak nog de agrarische functie terug te zien, bijvoorbeeld door de stalramen.

Het woonhuis is al net zo eenvoudig als de schuur, maar heeft een hogere gevel. Vaak is de gevelindeling van het woonhuis traditioneel. Dat geldt ook voor de details: robuuste kozijn en soms wat subtiel metselwerk, zoals vlechtingen in de voorgevel van het woonhuis.

De woningen in de esdorpen zijn verschillend. Hun bouwstijl is afhankelijk van de periode waarin de woning is gebouwd. Vaak is de vormgeving van de woning afgestemd op het landelijke karakter van de dorpen. De woningen zijn meestal vrijstaand, één bouwlaag hoog en hebben een kap. De details zijn eenvoudig, maar verzorgd. Voor de woningen is vaak een aardekleurige baksteen gebruikt en/of hout. Het dak is voorzien van gebakken pannen of riet.

Wilt u nog meer informatie over de landschappen van Noordenveld en de dorpen, lees dan verder in de Kwaliteitsgids Noordenveld. 

 


Boerderij met schaapskooi en bijschuur aan de Asserstraat in Zuidvelde (1959)
Foto: Leo de Jong
Bron: Drents Archief (MZ11609010645)

Over het gebied

Omgeving

Bebouwing

Uitwerking

  • Bij (kleine) boerderijen is de oorspronkelijke hoofdvorm en functie goed herkenbaar;
  • De gevels zijn relatief gesloten en hebben verticaal gelede gevelopeningen (de ramen zijn meer hoog dan breed);
  • De gedekte kleuren van het gebouw ondersteunen het authentieke karakter van het gebied, bijvoorbeeld middentoon aardetinten;
  • Het gebruik van materialen is traditioneel (baksteen en hout), wordt zorgvuldig op elkaar afgestemd en op wat in de omgeving gebruikelijk is;
  • De details en verhoudingen in de gevels passen bij de bouwstijl van het gebouw en ondersteunen het ontwerpidee van het gebouw.

U leest hieronder meer over het gebied en over de achtergrond van de gebiedsprincipes.

 

Gebiedsprincipes kleine esdorpen

De kleine esdorpen rekenen we tot categorie 3. De dynamiek is laag, maar de waarde juist hoog. Dat betekent dat we met zorg kijken naar bouwplannen. Bouwplannen moeten passen bij de kwaliteit van het gebied en daaraan bijdragen.

Gebied 2 – Kleine esdorpen (categorie 3)

Waardering

De kleine esdorpen laten heel goed de historie en de ontwikkeling van onze gemeente zien. Doordat ze weinig zijn gegroeid is de oorspronkelijke opzet van de dorpen heel goed zichtbaar. Ook de samenhang van het dorp met de omgeving is nog duidelijk herkenbaar. Zuidvelde en Westervelde zijn bovendien aangewezen als beschermd dorpsgezicht. In de kleine esdorpen vinden we veel monumenten en karakteristieke panden.

De kleine esdorpen zijn nauwelijks aan veranderingen onderhevig (geweest). Boerderijen veranderen soms in een woning, maar vaak met behoud van het bestaande gebouw. Incidenteel komt er een nieuwe woning of schuur bij.

Onze kleine esdorpen zijn uniek. Dat willen we graag zo houden. We willen dat bouwplannen bijdragen aan de kenmerken van het esdorp. Dat vraagt aandacht voor een goede plek van gebouwen op het erf, een passende vormgeving en bijpassende kleuren en materialen. De bebouwing en het groen in de dorpen vormen een samenspel en blijven samen zorgen voor het karakteristieke beeld van de esdorpen.

In de beschermde dorpsgezichten van Zuidvelde en Westervelde vragen we extra ontwerpkwaliteit voor de inpassing en vormgeving van gebouwen. De gebouwen en de erven moeten bijdragen aan het beeld van het beschermde gezicht.

Categorie

De kleine esdorpen rekenen we tot categorie 3. De dynamiek is laag, maar de waarde juist hoog. Dat betekent dat we met zorg kijken naar bouwplannen. Bouwplannen moeten passen bij de kwaliteit van het gebied en daaraan bijdragen.

Gebiedsprincipes kleine esdorpen

Omgeving

Bebouwing

Uitwerking

  • Bij (kleine) boerderijen is de oorspronkelijke hoofdvorm en functie goed herkenbaar;
  • De gevels zijn relatief gesloten en hebben verticaal gelede gevelopeningen (de ramen zijn meer hoog dan breed);
  • De gedekte kleuren van het gebouw ondersteunen het authentieke karakter van het gebied, bijvoorbeeld middentoon aardetinten;
  • Het gebruik van materialen is traditioneel (baksteen en hout), wordt zorgvuldig op elkaar afgestemd en op wat in de omgeving gebruikelijk is;
  • De details en verhoudingen in de gevels passen bij de bouwstijl van het gebouw en ondersteunen het ontwerpidee van het gebouw.

U leest hieronder meer over het gebied en over de achtergrond van de gebiedsprincipes.

 

Gebied 2 – Kleine esdorpen (categorie 3)

Over het gebied

Kenmerken van het esdorp
De esdorpen zijn de oudste dorpen van de gemeente. Bijzonder is dat de kleine esdorpen nauwelijks zijn gegroeid in de loop van de jaren. Hierdoor is de oorspronkelijke opzet van de dorpen nog heel goed herkenbaar. Deze opzet wordt bepaald door de essen rond het dorp en de brink in het dorp. De bebouwing staat aan de rand van deze essen en rond de brink. De brink is soms heel klein, zoals in Lieveren en Steenbergen, maar vaak heel goed herkenbaar, zoals in Zuidvelde, Westervelde, Peest en Langelo.

Opvallend is dat de boerderijen vaak vrij in de ruimte staan en niet direct aan de weg. Door de compacte opzet van het erf heeft de bebouwing toch een duidelijke relatie met de weg.

De oriëntatie van de bebouwing verschilt per erf en ook de afstand tot de weg varieert. Op het achtererf zijn de schuren en bijgebouwen te vinden. Naast de boerderij staat soms een stookhokje.

In de loop van de jaren zijn de dorpen gegroeid met wat woningen binnen de bestaande opzet van het dorp. In tegenstelling tot de boerderijen, staan de woningen vaak met de voorkant naar de weg.

De openbare ruimte in dit gebied is van oudsher losjes ingericht met vaak licht slingerende klinkerwegen. Rond de dorpen zijn nog verschillende zandpaden. Het gebied heeft een lange historie. Dat is te zien aan de vele volwassen bomen langs de wegen, op de brinken en op de erven. De erven zijn vaak groen, met gras, hagen en grote, verspreid staande bomen op het erf. Soms is er een boomgaard met fruit- en notenbomen. Ook zijn er veel ruime tuinen. De dorpen hebben dan ook een groene uitstraling. Op verschillende plekken is er vanuit het dorp ook zicht op het omliggende landelijke gebied.


Kenmerken van de bebouwing
De boerderijen zijn het meest bepalend voor het dorpse beeld. Het zijn typische Drentse boerderijen van het hallehuistype. Bij deze boerderijen zitten de woning en de stal onder één dak. Dat levert één lange hoofdvorm op, waarbij de nok doorloopt van voor tot achter. Heel kenmerkend is het rieten dak, de ramen met een roedeverdeling en de licht tot donkerbruine baksteen.

Het dak van de boerderijen loopt ver door naar beneden. De enige onderbreking in het dak vormen de schuurdeuren (baanderdeuren). Meestal liggen deze deuren in een zijgevel van de boerderij. De schuur heeft een lage gootlijn en in de muren is vaak nog de agrarische functie terug te zien, bijvoorbeeld door de stalramen.

Het woonhuis is al net zo eenvoudig als de schuur, maar heeft een hogere gevel. Vaak is de gevelindeling van het woonhuis traditioneel. Dat geldt ook voor de details: robuuste kozijn en soms wat subtiel metselwerk, zoals vlechtingen in de voorgevel van het woonhuis.

De woningen in de esdorpen zijn verschillend. Hun bouwstijl is afhankelijk van de periode waarin de woning is gebouwd. Vaak is de vormgeving van de woning afgestemd op het landelijke karakter van de dorpen. De woningen zijn meestal vrijstaand, één bouwlaag hoog en hebben een kap. De details zijn eenvoudig, maar verzorgd. Voor de woningen is vaak een aardekleurige baksteen gebruikt en/of hout. Het dak is voorzien van gebakken pannen of riet.

Wilt u nog meer informatie over de landschappen van Noordenveld en de dorpen, lees dan verder in de Kwaliteitsgids Noordenveld. 

 


Boerderij met schaapskooi en bijschuur aan de Asserstraat in Zuidvelde (1959)
Foto: Leo de Jong
Bron: Drents Archief (MZ11609010645)

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15